Een brief van de gemeente begrijpen. Een toeslag aanvragen. Weten hoe je medicijnen moet gebruiken. Online een afspraak maken. Voor veel mensen zijn dit alledaagse handelingen. Maar wat als lezen, rekenen of digitale zaken niet vanzelfsprekend zijn? Dan wordt al snel duidelijk: basisvaardigheden gaan over veel meer dan taal alleen. En binnen een gemeente dus ook over veel meer dan één beleidsdossier.
Stel: een inwoner ontvangt een brief over een gemeentelijke regeling. De informatie is belangrijk, maar de brief is lastig te begrijpen. Het formulier dat erbij hoort moet digitaal worden ingevuld. En voor de aanvraag zijn gegevens nodig waarvan niet meteen duidelijk is waar ze te vinden zijn.
Waar hoort het probleem dan thuis?
Bij dienstverlening, omdat de brief begrijpelijker kan? Bij bestaanszekerheid, omdat de inwoner misschien een regeling misloopt? Bij participatie, omdat digitale vaardigheden ontbreken?
Of bij basisvaardigheden?
Het antwoord is eigenlijk: bij allemaal.
En precies daar zit een belangrijke opgave voor gemeenten.
Basisvaardigheden kom je overal tegen
Taal, rekenen en digitale vaardigheden bepalen voor een belangrijk deel of inwoners informatie kunnen vinden, begrijpen en gebruiken. En daarmee of zij zelfstandig kunnen meedoen in de samenleving.
Dat speelt bij veel meer gemeentelijke opgaven dan op het eerste gezicht misschien zichtbaar is.
Een ouder die moeite heeft met taal, kan bijvoorbeeld minder makkelijk ondersteuning bieden bij de ontwikkeling van een kind. Iemand die financiële informatie niet goed begrijpt, kan problemen krijgen met toeslagen, formulieren of schulden. Een inwoner die moeite heeft met digitale vaardigheden, loopt tegen drempels aan bij steeds meer gemeentelijke dienstverlening.
Ook binnen gezondheid speelt het onderwerp. Het begrijpen van gezondheidsinformatie en medicatie is belangrijk om zelf regie te kunnen voeren. En bij participatie en werk kunnen basisvaardigheden bepalend zijn voor de kansen van inwoners om duurzaam aan het werk te komen en te blijven.
Zo bekeken zijn basisvaardigheden niet één gemeentelijke opgave. Ze lopen dwars door veel bestaande opgaven heen.
En toch ligt het onderwerp vaak bij één persoon
Binnen gemeenten is de aanpak van basisvaardigheden vaak belegd bij een beleidsadviseur. Veelal gekoppeld aan de regionale aanpak en de inzet van WEB-middelen.
Die beleidsadviseur kan veel in beweging brengen. Verbindingen leggen, collega’s meenemen en ervoor zorgen dat het onderwerp op de agenda blijft staan.
Maar één persoon kan geen organisatiebrede aanpak dragen.
Daar ontstaat in de praktijk een spanningsveld. Want ook als in een lokaal uitvoeringsplan staat dat basisvaardigheden integraal moeten worden aangepakt, betekent dat nog niet automatisch dat collega’s binnen gezondheid, armoede, participatie of dienstverlening het onderwerp als onderdeel van hún opgave zien.
En zolang dat niet gebeurt, bestaat het risico dat basisvaardigheden een relatief geïsoleerd beleidsdossier blijven.
De omvang van de opgave vraagt om meer
Dat is des te relevanter als we kijken naar hoeveel mensen ermee te maken hebben.
Circa 2,2 miljoen volwassenen tussen de 16 en 65 jaar hebben lage taal- en/of rekenvaardigheden. Wanneer ook de groep van 66 tot 75 jaar wordt meegerekend, gaat het om bijna 3 miljoen mensen.
Tegelijkertijd blijft een deel van de problematiek buiten beeld. Er rust een taboe op en mensen kunnen moeite met basisvaardigheden goed weten te verbergen.
De gevolgen kunnen op verschillende plekken zichtbaar worden: moeite om mee te komen op het werk, financiële problemen, minder zelfredzaamheid, gezondheidsverschillen of moeite om gebruik te maken van dienstverlening.
Dat maakt de aanpak van basisvaardigheden niet alleen een maatschappelijke opgave, maar ook een heel concrete gemeentelijke.
Niet nóg een opgave erbij
Een integrale aanpak betekent wat ons betreft niet dat iedere beleidsadviseur er een nieuw dossier bij moet krijgen.
Juist niet.
De vraag is hoe je basisvaardigheden kunt verbinden aan wat gemeenten al doen.
Bij GALA, IZA en gezondheid gaat het bijvoorbeeld al over het verkleinen van gezondheidsverschillen en het versterken van eigen regie. Binnen Kansrijke Start en gelijke kansen is ouderbetrokkenheid belangrijk. Bij bestaanszekerheid gaat het over het voorkomen dat inwoners vastlopen in formulieren, toeslagen en schulden. En binnen inclusie en dienstverlening werken gemeenten aan begrijpelijke en toegankelijke communicatie.
Basisvaardigheden zitten dus al in die opgaven.
De kunst is om die verbinding zichtbaar te maken en vervolgens te organiseren.
Van bewustwording naar borging
De aanpak van basisvaardigheden kent verschillende niveaus. Vanuit het Rijk worden kaders en middelen beschikbaar gesteld, die regionaal worden vertaald naar een aanpak voor basisvaardigheden. Gemeenten werken dit vervolgens uit in een lokaal uitvoeringsplan: wat willen we bereiken en welke activiteiten en voorzieningen zetten we daarvoor in?
Maar met een lokaal uitvoeringsplan ben je er nog niet. De volgende stap is ervoor zorgen dat basisvaardigheden niet bij één beleidsadviseur of binnen één beleidsdomein blijven liggen, maar daadwerkelijk terugkomen in beleid, dienstverlening en uitvoering binnen de hele gemeente. Denk aan medewerkers in het sociaal domein die signalen herkennen, baliemedewerkers die weten hoe ze het gesprek kunnen voeren en partners in zorg, welzijn en de wijk die weten welk aanbod beschikbaar is en waarnaar zij kunnen doorverwijzen.
Daar gaat onze rondetafel over: hoe organiseer je basisvaardigheden als een integrale opgave, zodat het niet alleen op papier staat, maar in de hele gemeentelijke organisatie wordt meegenomen en uitgevoerd?
Wanneer wordt basisvaardigheden van iedereen?
Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste vraag.
Niet: wie heeft basisvaardigheden in zijn of haar portefeuille?
Maar: hoe zorgen we ervoor dat collega’s binnen verschillende gemeentelijke domeinen herkennen welke rol basisvaardigheden spelen in hun eigen opgave?
Want pas dan ontstaat gedeeld eigenaarschap.
En kan basisvaardigheden veranderen van een afzonderlijk beleidsthema in een vanzelfsprekend onderdeel van de manier waarop een gemeente werkt.
Op 15 oktober gaan we hierover tijdens de ronde tafel Basisvaardigheden in gesprek met beleidsadviseurs, programmamanagers en andere gemeentelijke professionals.
We zijn benieuwd hoe gemeenten dit nu organiseren. Waar lukt het al om de verbinding te leggen? Waar stokt het? En vooral: wat kunnen we daarin van elkaar leren?
Want de vraag is niet óf basisvaardigheden andere gemeentelijke opgaven raken. De vraag is hoe we die samenhang in de praktijk gaan organiseren.